
Pijnboompitten
Pijnboompitten hebben een fijne, romige smaak die nog intenser wordt na een korte roostering. Onmisbaar in een echte pesto en heerlijk over geroosterde groenten.
Alles over de pijnboompitten
Van boom tot schap: hoe pijnboompitten groeien, waar ze vandaan komen, hoe ze verwerkt worden en hoe je ze het best gebruikt en bewaart.

Hoe het groeit
Pijnboompitten zijn de eetbare zaden uit de kegels (dennenappels) van bepaalde pijnbomen, vooral de mediterrane parasolden (Pinus pinea) en de Aziatische Koreaanse den (Pinus koraiensis). Elk zaadje zit onder een schub van de kegel, beschermd door een dunne, harde schil.
Herkomst & oogst
De kegels van de parasolden hebben ongeveer drie jaar nodig om te rijpen. Ze worden geoogst en in de zon gedroogd zodat ze openspringen en de zaden vrijgeven. Het is uiterst arbeidsintensief werk, en dat maakt pijnboompitten relatief duur. China, Korea, Rusland en het Middellandse Zeegebied (Spanje, Italië, Portugal) zijn de belangrijkste herkomstgebieden.
Van plant tot schap
De gedroogde kegels worden geopend, de zaden eruit gehaald, de harde dop gekraakt en de pit van zijn velletje ontdaan.
Geschiedenis
In het Middellandse Zeegebied worden pijnboompitten al sinds de oudheid gegeten; er zijn pijnboompitten teruggevonden op Romeinse vindplaatsen.
Variëteiten
Er zijn mediterrane pitten (langwerpig en vol van smaak) en Aziatische pitten (korter en meer driehoekig).
In de keuken
Onmisbaar in een echte pesto alla genovese. Verder heerlijk kort geroosterd over salade, geroosterde groenten en pasta, en in baklava en Midden-Oosterse gerechten.
Kopen & bewaren
Pijnboompitten zijn zeer vetrijk en worden snel ranzig. Bewaar ze koel (koelkast of vriezer), donker en luchtdicht.
- Pijnboompitten komen uit dennenkegels die er zo’n drie jaar over doen om te rijpen.
- Het oogsten is zo arbeidsintensief dat het de pitten kostbaar maakt.
- Al de Romeinen aten ze; er zijn pijnboompitten teruggevonden op Romeinse vindplaatsen.



