Goede pindasaus maak je niet uit een pakje. Door pinda’s zelf te roosteren en te malen krijg je een diepe, volle smaak die je nergens koopt. Deze versie is Indonesisch-Nederlands van karakter: romig van de kokosmelk, hartig van de ketjap en pittig van de sambal. Lekker bij saté, maar net zo goed over gegrilde groenten of friet.
Bereiding
- 1
Rooster de pinda’s 5–6 minuten in een droge pan tot ze geuren en kleuren, en maal ze daarna fijn in een keukenmachine (of gebruik pindakaas).
- 2
Fruit de sjalot, knoflook en gember zacht in een scheutje olie tot ze geuren.
- 3
Voeg de sambal toe, bak kort mee, en roer dan de gemalen pinda en de kokosmelk erdoor.
- 4
Laat de saus op laag vuur 5 minuten zachtjes pruttelen tot ze indikt; roer regelmatig zodat hij niet aanbakt.
- 5
Breng op smaak met ketjap manis, suiker, limoensap en zout. Te dik? Roer er een scheutje water of kokosmelk bij.
Tips
- Dikker voor bij saté, dunner als dipsaus of dressing, speel met de hoeveelheid vocht.
- Klassiek over een patatje oorlog: pindasaus, mayonaise en rauwe ui.




